laatste nieuws

In de uitloop komen leghennen in contact met de eitjes van parasieten, maar hoe meer en hoe verspreider de kippen de uitloop gebruiken, hoe minder de worminfecties. Dat blijkt uit eerder onderzoek op meer dan 100 biologische bedrijven in acht Europese landen. Het nieuwe Europese onderzoeksproject ‘FreeBirds’ speelt hierop in en gaat verder onderzoek doen naar dierenwelzijn en gezondheid in relatie tot de uitloop. 

Onder andere Louis Bolk Instituut, Wageningen UR (Nederland) en het Vlaamse ILVO werken samen in het kader van FreeBirds (Core Organic).

Dankzij de jaarlijkse subsidie van de Vlaamse overheid heeft CCBT ook dit jaar vijf nieuwe praktijkgerichte onderzoeksprojecten voor de bio landbouw kunnen goedkeuren. De leden-proefcentra zullen onder andere inzetten op het verbeteren van de groeikracht van het nieuwe appelras Natyra, de preventie en beheersing van aardvlooien, het optimaliseren van energierijke teelten voor bio melkvee, de ideale bemestingsstrategie voor herfstframbozen en het onderzoeken van de meerwaarde van bio bladbemesting in de serre. 

Eind 2017 liep het project ‘Alternatieve methoden voor de preventie of behandeling van een knelpuntziekte in de biologische geiten- en rundveehouderij in Vlaanderen’ ten einde. Het project bestond uit 2 luiken. Het 1ste luik focuste op de maagdarmworm (MD) problematiek bij runderen. Het 2de luik ging in op de longproblematiek bij de geitenlammeren. Voor beide ziekten hadden de veehouders zelf aangegeven dat deze problematieken op regelmatige basis leiden tot het gebruik van chemische geneesmiddelen.

De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu kent toelagen toe voor wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van het beleid inzake voedselveiligheid en dieren- en plantengezondheid. Alle Belgische onderzoeksinstellingen kunnen op deze oproep inschrijven.

Naast een oproep voor onderzoeksprojecten rond vastgelegde thema’s (RT: Targeted Research) is het mogelijk onderzoeksvoorstellen in te dienen rond onderwerpen door onderzoekers zelf bepaald (RF: Free Research).

Het CORE Organic Cofund consortium bestaande uit 26 partners uit 19 landen lanceerden in december 2016 een nieuwe oproep voor Europese transnationaal onderzoeksprojecten met als doelgroep de Europese biologische landbouwsector. Twaalf nieuwe projecten uit 33 voorstellen werden door het COREOrganic Cofund ERANET consortium geselecteerd voor financiering.

De geselecteerde voorstellen zijn verdeeld over 4 thema’s:

Een goede bodemkwaliteit en een gezonde gewasontwikkeling zijn van groot belang in de biologische landbouw. Koolstofopbouw speelt hierin een belangrijke rol. Wie op een organische manier bemest voert niet alleen koolstof aan maar ook een heel gamma aan plantenvoedingsstoffen. De dosering van de bemesting wordt doorgaans afgestemd op de stikstofbehoefte van het gewas. Door de verstrengde fosforbemestingsnormen van MAP5, beperkt de fosfaatnorm (P-norm) de dosis vaak meer dan de stikstofnorm (N-norm). Door de verstrenging van de P-bemestingsnormen worden voornamelijk de biologische groente- en fruittelers beperkt om via bemesting te werken aan de bodemkwaliteit en om hun gewassen van stikstof te voorzien. Bij de veehouders leiden de verstrengde P-normen dan weer tot een overschot aan dierlijke mest.
Het project “Samen werken aan optimalisering van bemestingsstrategieën vanuit de principes van de biologische landbouw” geeft de sector de kans om deze problematiek wetenschappelijk te onderbouwen en samen te brainstormen en te onderzoeken welke oplossingsrichtingen mogelijk zijn binnen het Europese en Vlaamse kader van het Mestactieplan.

Biologische kasteelt in Europa gebeurt op verschillende schalen en intensiteiten waarbij de hoog-intensieve producenten sterker onder druk staan om het duurzame karakter van hun bedrijf te vrijwaren. Desalniettemin kunnen er weerbare, minder-intensieve biologische productiesystemen opgezet worden met als doel het jaarrond leveren van kwalitatieve en lekkere groenten door de toepassing van agro-ecologische teeltpraktijken. Een belangrijke factor bij deze systemen is het behoud van een goede bodemgezondheid en het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid.

Grasklaver (vers of ingekuild) kan toegepast worden als maaimeststof in open lucht- en beschutte teelten. ILVO, Inagro, PCG en UGent onderzochten de voorbije jaren het effect van maaimeststoffen op de gewasopbrengst en bekeken daarbij of de diepte waarop de maaimeststof met de bodembewerking wordt ingebracht in de bouwvoor een invloed heeft op de afbraaksnelheid van de meststof in de bouwvoor, en daarmee op zijn stikstofwerking.

Ter gelegenheid van BioXpo 2017 nodigde het Vlaams BioKennisNetwerk zijn partners uit op de beursvloer. Ze stelden een aantal van hun actuele onderzoeksthema’s voor biologische landbouw en voeding voor op een kennisplein in de vorm van posters. De gepresenteerde posters werden gebundeld in een publicatie ‘Onderzoek biologische landbouw en voeding 2017: een greep uit de Vlaamse onderzoeksthema’s ter gelegenheid van BioXpo 2017”.

Op 1 oktober ging het project ‘KUILLEG’ van start. Dit project beoogt het maximaliseren van het gebruik van regionale eiwitbronnen meer specifieke in de biologische leghennenhouderij. Uit een recente samenwerking tussen Inagro, ILVO en het Proefbedrijf Pluimveehouderij is aangetoond dat veldbonen en erwten mogelijke peulvruchten zijn die dienst kunnen doen als alternatieve eiwitbron. Echter de aanwezigheid van anti-nutritionele factoren (ANF) zoals tannines, glycosiden (zoals vicine en convicine in veldbonen), trypsine, en protease inhibitoren en een lage ileale verteerbarheid van methionine en cysteïne van peulvruchten maakt dat veldbonen slechts in beperkte mate in het rantsoen van pluimvee kan worden toegevoegd. Het verwerken van deze veldbonen en deze gaan combineren met granen is een mogelijke oplossing om deze ANF te reduceren en de mogelijke tekorten aan aminozuren (AZ) weg te werken. 

Pages

Subscribe to laatste nieuws